Chouke, k zien a geire.

Als een Antwerpenaar bij de bakker een “chouke” bestelt, dan heeft hij het over een soesje. In Brussel is chouke, maaine chou zelfs de meest gebruikte koosnaam voor man of vrouw. Het heeft alles te maken met pâte à choux, een deeg met zoveel mogelijkheden in de wereld van de patisserie, dat zelfs koks het gebak met hartige vulling bereiden. Het deeg duikt vanaf de 18e eeuw in Frankrijk op en is met wat fantasie genoemd naar de op bloemkool gelijkende baksels. Een heleboel gebakjes zijn met dit basisdeeg vervaardigd, denken we aan de éclairs (gevuld met banketbakkersroom of slagroom), moorkoppen (soezen met chocolade overgoten), zwaantjes (met fruit en slagroom) …

chouke

De beroemdste taart met soesjes vervaardigd, is de Saint-Honoré. Het is Fauvel, meester-banketbakker bij Patisserie Chiboust, de Rue Saint-Honoré in Parijs die als eerste deze taart samenstelde. Toeval wil dat Saint-Honoré de patroon van de banketbakkers is. De taart bestaat uit een bodem van bladerdeeg, daarop zijn kleine soesjes gezet, met karamel overgoten en gevuld met “crème Chiboust”. Dit is een vulling op basis van banketbakkersroom. Het midden wordt nadien opgevuld met dezelfde crème Chiboust en afgewerkt met fruit.

Walter Geluyckens

Tompoes

Bladerdeeg of  millefeuille is de basis voor heel wat gebak. En zoals dikwijls, werd dit recept bij toeval ontdekt.

Dat gebeurde in de 17de eeuw door Claude Gellée, die als leerjongen bij een bakker in Toul bij Nantes werkte. Deze bakkersgast experimenteerde graag en in de plaats van boter in het deeg te mengen, sloot hij boter in deeg op. Om te vermijden dat de boter uit het deeg zou wegvloeien, plooide hij het deeg meermaals op zichzelf. Het baksel zonder gist groeide in de oven en de smaak was lekker. Het bladerdeeg leende zich tot al van gebaksoorten.

tompoesLR

Neem nu ons Tompoesje, twee lagen bladerdeeg opgevuld met banketbakkersroom en bovenaan afgewerkt met witte glazuur, onze noorderburen durven roze of oranje glazuur gebruiken. De naam is afkomstig van een dwerg Charles Stratton, bijgenaamd Tom Poes. Hij was 63,5 cm groot en zijn lichaam kende een normale verhouding, dit maakte hem uniek. Met deze dwerg werd heel Europa en Amerika afgeschuimd, hij werd wereldberoemd. In 1858 kwam hij naar Nederland en een Amsterdamse bakker creëerde er een gebak voor,  het Tompoesje.

Wat Claude Gellée betreft, die ruilde zijn bakkersmuts voor een schildersezel  en werd een bekend landschapsschilder onder de schuilnaam Claude le Lorrain.

Walter Geluyckens

Voor mij een Astridje en een Marie-Joseeke, alstublieft

Ieder gebakje heeft een naam. Neem nu het Astridje, het pateeke op basis van meringue en slagroom. In het Frans heet dat eigenlijk ‘merveilleux’ en het is één van de klassiekers in de patisserie.

astridLR

Waarom werd het merveilleux gebakje plots Astridje genoemd ?

In 1889 werd in Mechelen de Koninklijke Manufactuur van Wandtapijten opgericht door de familie De Wit. Dit familiebedrijf groeide uit tot een van de meest vooraanstaande leveranciers en restaurateurs van wandtapijten. Het Belgisch koningshuis was één van hun vaste klanten.

Koningin Astrid (1905-1935) bracht regelmatig een bezoek aan de textielweverij en elke keer zorgde meneer De Wit voor koffie en pateekes van bakkerij Van Uytven. Koningin Astrid was verlekkerd op de Mechelse merveilleuxkens  en dat kwam aan de oren van de bakker. Die vroeg de koningin daarop toelating om zijn gebak naar haar te mogen noemen. Ook in Antwerpen wordt deze naam gebruikt.

Een ander hofpateeke is het Marie-Joseeke: een chocoladekuipje gevuld met slagroom, een stukje biscuit gesprenkeld met kirsch en fruit. Het werd voor het eerst gemaakt in 1930 naar aanleiding van het huwelijk van prinses Marie-José, dochter van Albert I, met de Italiaanse prins Umberto.

Walter Geluyckens

Erasmus avant la lettre

Na de Eerste Wereldoorlog trekken de rijke Britten op vakantie naar Europa. Zwitserland wordt een fervente bestemming. De Zwitsers gaan hier graag op in en spelen hun gastronomische troeven uit. De Coba Schule wordt opgericht in Bazel. Deze school levert banketbakkers af van hoogstaand  niveau. Studenten van bij ons, meestal zonen van patissiers, gingen aan deze school studeren. Het was geen goedkope opleiding, maar de resultaten mochten er zijn.

konditorei-LR

Wie slaagde in de eindproef kreeg  een genummerd exemplaar van het “Schweizer illustriertes handbuch der Konditorei”.  We vermelden o.a. Gustave Wittamer zoon van Henri Wittamer (Brussel) als student maar ook Ferdinand Snepvangers, van de verdwenen Patisserie Moreels op de hoek Quellinstraat en de Quinten Matsijslei, studeerde aan deze gerenommeerde school af.

In Luzern wordt in 1948 de Richemont school opgericht door een rijke Engelsman uit het graafschap Richemont (Kent). Ook deze school wordt toonaangevend op het gebied van patisserie. Om de kwaliteit na de studie te verzekeren, worden in verschillende landen Richemont-clubs opgericht (voor België in 1959). Ook vandaag nog wisselen banketbakkers uit verschillende landen hier informatie uit.

Walter Geluyckens